Steeds meer organisaties draaien hun thuiswerkbeleid terug. Medewerkers worden opnieuw vaker verwacht op kantoor. De motivatie klinkt logisch: cultuur, samenwerking, verbondenheid.
Maar zelden wordt de meest fundamentele vraag gesteld:
wat verandert er behalve hun aanwezigheid?
Steeds meer organisaties draaien hun thuiswerkbeleid terug. Medewerkers worden opnieuw vaker verwacht op kantoor. De motivatie klinkt logisch: cultuur, samenwerking, verbondenheid.
Maar zelden wordt de meest fundamentele vraag gesteld:
Wat verandert er behalve hun aanwezigheid?
Burn-outcijfers blijven stijgen. Mentale vermoeidheid is geen randfenomeen meer. We spreken over eenzaamheid, over werkdruk, over het verlies van informele verbondenheid.
Maar verbondenheid ontstaat niet door fysieke nabijheid alleen.
Ze ontstaat door kwaliteit van interactie.
Wanneer medewerkers terugkeren naar een open kantoor waar concentratie moeilijk is, waar vergaderruimtes schaars zijn en waar vertrouwelijke gesprekken noodgedwongen tussen halfhoge scheidingswanden plaatsvinden, dan versterkt aanwezigheid niet automatisch de cultuur.
Het ongemakkelijke inzicht
Onderzoek toont aan dat het gemiddeld twintig minuten duurt om na een onderbreking opnieuw diep gefocust te werken. In omgevingen met constante visuele en auditieve prikkels stapelen die onderbrekingen zich snel op.
Meer aanwezigheid in zo’n context betekent niet automatisch meer productiviteit.
Soms betekent het gewoon meer vermoeidheid.
Wat we liever niet benoemen
Misschien moeten we durven erkennen dat sommige medewerkers thuis productiever zijn omdat hun werkomgeving daar beter aansluit bij hun noden.
Als we hen terugroepen zonder de fysieke omgeving kritisch te herdenken, creëren we geen verbondenheid. We creëren weerstand.
“In leiderschap wordt sterk gehamerd op luisteren naar medewerkers,” zegt Stefanie Soetens, COO van Glaede Workplace. “Maar bij gebouw- en kantoorontwerp wordt er nog te vaak vertrokken vanuit enkel esthetiek of trends. Er wordt ontworpen vóór mensen, maar niet altijd mét mensen.”
Precies daar ligt volgens haar de kern. Niet in design, maar in helderheid.
In het werk rond werkomgevingen dat we bij Glaede voeren, samen met oprichter Erik van den Aarssen, vertrekken we daarom vanuit één fundamenteel principe: helderheid vóór verandering.
We zien hoe organisaties soms aanzienlijk investeren in hun kantoor — nieuwe bureaus, verbouwingen, architecturale upgrades — om nadien vast te stellen dat de ruimte niet doet wat ze zou moeten doen.
Zonder duidelijk zicht op werkprocessen, samenwerking, concentratienoden en cultuur, blijft elke ruimtelijke ingreep een gok. En verandering op basis van aannames is zelden duurzaam.
De echte verantwoordelijkheid
De discussie gaat niet over thuiswerk versus kantoor.
Ze gaat over de samenhang tussen werk, ruimte en cultuur.
Als organisaties beslissen om medewerkers opnieuw vaker samen te brengen, vraagt dat meer dan een beleidswijziging. Het vraagt een eerlijke analyse van de omgeving waarin die samenwerking moet plaatsvinden.
Een gebouw stuurt mee gedrag. Het beïnvloedt energie. Het bepaalt of mensen elkaar spontaan ontmoeten of elkaar net ontwijken.
Wie thuiswerk terugschroeft zonder eerst die helderheid te creëren, neemt een zichtbare beslissing zonder de onderliggende structuren aan te pakken.
Misschien is de belangrijkste vraag vandaag niet:
“Hoeveel dagen werken we thuis?”
Maar:
“Welke verantwoordelijkheid nemen we voor het welzijn van mensen wanneer we beslissingen nemen over hun werkomgeving?”





